Drie wetmatigheden:
Wanneer het niet goed loopt binnen familiesystemen
1. Iedereen heeft een plek
Je voelt je beter dan je oudere broer en gaat hem commanderen.
Je hebt geen of weinig respect voor je ouders.
2. De volgorde is belangrijk
Net als bij het voorgaande respecteer je de ander en je eigen plek niet binnen het familiesysteem. Daardoor ga je moeilijkheden ervaren.
3. Er is evenwicht in geven en nemen
Je ouders zorgen voor je, tot op een bepaalde hoogte. Blijf je toch profiteren van hun goedheid, dan zal je daar niet gelukkiger van worden.
Als je ouders ouder worden en hulp nodig hebben, kan je helpen als ze hulp vragen. Anders kan je je hulp aanbieden, maar niet opdringen.
Als kind heb je je taak binnen het gezin op te nemen. Te helpen waar het kan, op jouw manier, naargelang je leeftijd. Zo niet, ervaar je moeilijkheden.
Deze drie wetmatigheden komen voor in elk systeem, ook in het bedrijfssysteem.
Hierover volgende keer meer.
