Het gevoel nuttig te zijn is van onschatbare waarde.
Je wil er bij horen, je nuttig voelen; thuis, op het werk en bij vrienden.
Het is evenzeer ontzettend belangrijk dat je het gevoel hebt dat je meetelt. Als je merkt dat je een nummer bent, dan handel je naar dat gevoel (onbewust).
Je doet je werk. “That’s it.” Niet meer en niet minder.
Iedereen komt op een punt waarop hij of zij eigenwaarde belangrijk vindt.
Voor mij was 16 januari het moment waarop mijn eigenwaarde een flinke deuk kreeg. Het gevoel van eigenwaarde was herleid tot nul.
Als de avond viel en het stilaan donker werd, kwam er een onbeschrijfbare angst over me heen. Zeker als ik alleen thuis was en de kinderen in bed lagen.
Omwille van al mijn breuken die herstellende waren kon niets doen. Ik had zelfs hulp nodig om naar het toilet te gaan. Ik had bang dat er iets erg zou kunnen gebeuren. En ik kon niets doen. Deze angst was niet reëel maar ze was er wel.
Een verklaarbare uitleg had kunnen zijn, dat ik tijdens het autorijden met alles in orde was. Mijn verzekering en keuring was in orde, net als mijn auto. ik was wakker en was niet onder invloed en ik hield me aan de verkeersregels en de snelheid. Ik was trouwens vader van een jong gezin.
En toch gebeurde er iets verschrikkelijk! Dat maakt dat je brein alle moeite doet om dit voorval een plaats te geven en het onmogelijk kan plaatsen, dus is er angst.
Onbeschrijfbaar wat zo’n klap psychisch teweeg kan brengen. Psychisch had ik een flinke deuk gehad.
Ik heb jarenlang de deur gebarricadeerd als we gingen slapen. Gewoon om iets meer gerust te zijn.
Door gesprekken, healing en veel stil staan bij deze angst kon ik er langzaam afscheid van nemen. Door mezelf af te vragen wat er zou kunnen gebeuren, kwam ik weer tot rust. Trouwens, het ergste had ik wel gehad. Dat was achter de rug.
Voor mij is alles energie en is alles met alles verbonden.
Zelfs tot in de dood.
Je weet ondertussen dat ik in ’99 een verkeersongeval had met een BDE, een bijna-doodervaring. Tot voor dit ongeval was voor mij: dood is dood. Klaar.
Na deze BDE heb ik mijn mening grondig herzien. Sterker nog, ik heb regelmatig contact met overledenen. Niet dat ik dit opzoek, maar soms zoeken overledenen contact met mij, meestal tijdens een coachingsessie en wanneer ze dit nodig vinden.
Ik zal beginnen met mijn eerste contact.
Tijdens de BDE had ik gevoeld en onthouden dat ik contact had met een entiteit die me beschermde. Een heerlijk gevoel, weten dat ik beschermd was. Meer nog, zo besefte ik enkele jaren later: ik word begeleid. En als ik iets vraag, kan ik, mits wat geduld, dingen bekomen.
Ik zit hier nu bij het vuur en kijk vanachter naar de weide achter onze tuin. Dit herinnert me aan de keer dat ik een hand in m’n rug voelde en naar die weide begeleid werd.
We hadden plannen om een zwemvijver te maken en ik zou daarbij veel zelf doen. De plannen waren bijna klaar en ik wist dat we een graafmachine nodig hadden. Omdat ik veel zelf wilde doen, had ik een graafmachine nodig die enkele weken in onze tuin kon blijven staan.
Ik herinner me nog goed: het was een zomerochtend en ik was vrij vroeg wakker. Ik zette me buiten en mediteerde. Ik keerde me in mezelf en ervaarde een diepe rust.
Daarna zocht ik contact met de geesteswereld. Ik zei letterlijk: “Geesteswereld, ik weet dat jullie er zijn. Is het mogelijk mij te helpen met een graafmachine die ik meerdere weken hier in de tuin kan laten staan?”
Toen liet ik los.
Ik had vertrouwen dat, als ik dit verdiende, de graafmachine op één of andere manier naar me toe zou komen, of dat ik tot bij de graafmachine zou komen. Hoe, dat wist ik niet.
Enkele weken later was ik niet meer bezig met die vraag. Ik parkeerde mijn auto naast het huis en stapte binnen langs de voordeur. Niets speciaals, tot ik de wasplaats binnenstapte.
Ik voelde vijf vingers op mijn rug die zachtjes duwden.
Ik gaf me over, nog totaal niet beseffend wat er aan het gebeuren was. Het voelde goed en dus vertrouwde ik.
Ik stapte de tuin in terwijl Ann me riep: “Johan, kom eens!”
“Nu niet!”, riep ik terug, terwijl ik de hand volgde die nog steeds in mijn rug duwde.
Ik wandelde de tuin uit en de weide in, achter onze tuin. Tot in het midden van de wei.
Ineens stopte het duwen. Daar stond ik.
Voor me bos. Links nog meer bos. Rechts nog een wei en nog één en nog …
Hé, wat is dat?
Een grote, gele graafmachine!
Ik geloofde mijn ogen niet.
Ik liep snel naar binnen terwijl Ann opnieuw riep: “Johan, kom eens!”
“Nee, nu niet, ik ben zo terug!”
Ik sprong op mijn fiets en reed naar het huis waarvan ik vermoedde dat de graafmachine daar stond.
Ik belde aan. Een mevrouw opende de deur. Ik kende haar niet en stelde vol spanning mijn vraag: “Is die graafmachine van jullie?”
“Ik zal mijn man roepen, ze is van hem.”
Daar stond de man voor me, met achter hem een paar nieuwsgierige ogen van zijn vrouw.
Ik stelde mijn vraag opnieuw en vroeg of hij bij ons graafwerken kon uitvoeren.
Plots, uit het niets: “Ben jij een broer van Jeanine Steenberghs?”
“Jazeker, ik ben Johan Steenberghs.”
“Ik heb nog met Jeanine in de klas gezeten.”
Het ijs was gebroken en enkele weken later stond de graafmachine in onze tuin.
Eric kwam de sleuven graven en ik deed het leidingwerk. Daarna konden de sleuven weer dicht. Tot en met de vijver werd gegraven. Van het overtollige zand legden we een talud aan rond de tuin.
Zo zie je maar.
Ik heb er nog vaak aan teruggedacht. Dit was voor mij één van de eerste grote verrassingen in die tijd.
Sindsdien spreek ik regelmatig met mijn gids. Ik weet dat deze entiteit er is en me bijstaat.
Lottocijfers krijg ik niet, terwijl ik het wel eens gevraagd heb om te zien wat het zou geven.
Ik kreeg als antwoord: “Zou het je gelukkiger maken, Johan?”
Ik had mezelf voorgenomen elke dag een blog te schrijven. Helaas. Een verlengd weekend weg deed me de das om.
Als ik een weekend weg ben of op verlof ben, kan ik gemakkelijk alles even opzijzetten. Zo goed zelfs dat ik deze blog vergeet terug op te nemen. Hoe komt dat?
Ik heb mezelf geleerd om los te laten telkens er een klant buiten gaat na een sessie. Tijdens de sessie geef ik me 100%. Op het einde van de sessie ga ik na of ik alles gedaan, gevraagd of gezegd heb. Daarna laat ik mijn klant los, want dan is het aan de klant zelf om met het geleerde verder aan de slag te gaan.
Loslaten leerde ik mezelf twintig jaar geleden, vanaf het prille begin. Ik had vrij snel begrepen dat als ik aan mijn klant zou blijven denken, ik hem of haar geen vrijheid gaf en dat ik niet vertrouwde op wat ik gedaan had tijdens de sessie.
Ik ging en ga er nog steeds van uit dat als ik mijn klant niet kan loslaten, ik geen vertrouwen heb dat hij of zij het zelf kan. En dat is niet oké.
Voor mij is alles energie en is alles met alles verbonden.
Zelfs tot in de dood.
En toch blijft het leren, ook voor mij. Telkens opnieuw, in andere situaties. En het aller moeilijkste loslaten hoort bij je gezinssituatie. Sta hier maar eens even bij stil.
De eerste telefoontjes kwamen van mensen die ontmoet had en die wisten wat ik deed.
Sommigen vertelden dat ze er lang over nagedacht hadden alvorens een afspraak te maken. En ja, nu waren ze klaar. Alleen zij? Of, ook ik? Voor mij een mooi voorbeeld dat alles klaar moet zijn alvorens iets tot stand komt.
In het begin van een sessie legde ik duidelijk uit dat ik de reikibehandeling deed om te oefenen en ik vroeg uitgebreid feedback. Van bij het begin voerde ik een gesprek voor en na de behandeling. Ik leerde bij, zag en voelde wat ik teweegbracht bij de ander. De ander ervaarde ib het begin voornamelijk rust.
“Het deed deugd”, vertelde ze.
Ik voelde mijn kracht toenemen. Eerst vond ik dat gek, daarna besefte ik dat ik door anderen te behandelen zelf meer energie creëerde. Ik werd er letterlijk beter van dankzij mijn klanten.
Ik leerde luisteren in het gesprek zonder te sturen. Ik leerde mijn helende energie aansturen. Bijvoorbeeld naar een pijnlijke knie of rug. Ik leerde veel en deed het ontzettend graag. Ik voelde mezelf groeien, als het ware.
Doordat ik goed leerde luisteren en aanvoelde waar de pijn zat, leerde ik ook de oplossing of mogelijkheden te zien om de pijn te voorkomen.
Doordat ik steeds meer en intenser vragen begon te stellen, kwamen klanten tot inzicht.
Na een tijdje drong een eigen ruimte zich op. Ik kreeg aanvragen om vrienden en kennissen te behandelen. Klanten waren tevreden en vertelden het verder. Mond-tot-mondreclame deed z’n werk.
Gelukkig waren er vrienden die me een goede tip hebben gegeven.
“Ga eens voor een reikibehandeling, dat geeft je weer energie.”
Ik kende niets van alternatieve behandelingen. Maar deze persoon, Jean-Paul, zou dat goed doen. Hij woonde ook nog dichtbij.
Na een warm en aangenaam gesprek bij Jean-Paul kon ik gaan liggen op de behandelingstafel. Een bedje, maar dan hoger zodat hij goed aan me kon. Hij legde zijn handen op m’n hoofd …
Voor een tweede keer zag ik figuurlijk ‘het licht’.
Dit was het. Dit wil ik ook kunnen.
Dat stond als een paal boven water. Ik zou. Ik moet. En wel zo snel mogelijk.
Mijn ego stak letterlijk de kop op.
Via bepaalde rituelen kan je reiki-inwijdingen ontvangen. Jean-Paul zou me dit aanleren.
Enkele maanden later, en na veel oefenen op mezelf en familieleden, was ik klaar om anderen te behandelen.
Echt klaar? …
Neen, dat was ik niet.
Ik had m’n ego mee en dus het universum tegen. Dat begreep ik toen nog niet.
Niemand was bereid om door mij behandeld te worden.