Je bent waarschijnlijk op de hoogte dat ik op 16 januari 1999 een zwaar auto-ongeval heb gehad?
Ik kom er misschien nog wel eens op terug, omdat er op dat moment zoveel en zo plots veranderde dat je het bijna niet voor mogelijk houdt.
De eerste en meest ingrijpende verandering was dat ik tijdelijk afwezig was als echtgenoot en als vader van twee kleine kinderen. Mijn leven had aan een zijden draadje gehangen, letterlijk en figuurlijk.
Ik was dankbaar dat ik er nog was.
Zo herinner ik me het eerste moment dat ik in mijn ziekenhuiskamer, midden in de nacht, mijn ogen opende. Het was stil en donker in mijn kamer. Ik keek naar het licht op de gang en dacht: “Goed dat dit gebeurd is.”
Als je hier bij stilstaat, denk je: wat zeg je, Johan? “Goed dat dit gebeurd is?”, terwijl ik aan het begin stond van een jarenlange revalidatie. Fysiek, emotioneel, maar zeker mentaal had ik nog heel wat werk voor de boeg.
Als jonge vader nam ik mijn verantwoordelijkheid. Ik reed met de auto op het juiste baanvak. Ik had niet gedronken. Ik reed niet te snel. Gordel aan. Verzekering en alle andere documenten in orde. En toch …
BAM!
Rijden ze mijn licht uit.
Hoe kan dat? Ik doe alles wat hoort en toch ben ik niet veilig?
Dat heeft me lange tijd onzeker gemaakt.
Mijn zelfvertrouwen was ver zoek.
Mentaal had ik mezelf weer te vinden.
Ik was gebroken als mens.
