Vervolg ‘loslaten’
Voor mij is alles energie en is alles met alles verbonden.
Zelfs tot in de dood.
Je weet ondertussen dat ik in ’99 een verkeersongeval had met een BDE, een bijna-doodervaring. Tot voor dit ongeval was voor mij: dood is dood. Klaar.
Na deze BDE heb ik mijn mening grondig herzien. Sterker nog, ik heb regelmatig contact met overledenen. Niet dat ik dit opzoek, maar soms zoeken overledenen contact met mij, meestal tijdens een coachingsessie en wanneer ze dit nodig vinden.
Ik zal beginnen met mijn eerste contact.
Tijdens de BDE had ik gevoeld en onthouden dat ik contact had met een entiteit die me beschermde. Een heerlijk gevoel, weten dat ik beschermd was. Meer nog, zo besefte ik enkele jaren later: ik word begeleid. En als ik iets vraag, kan ik, mits wat geduld, dingen bekomen.
Ik zit hier nu bij het vuur en kijk vanachter naar de weide achter onze tuin. Dit herinnert me aan de keer dat ik een hand in m’n rug voelde en naar die weide begeleid werd.
We hadden plannen om een zwemvijver te maken en ik zou daarbij veel zelf doen. De plannen waren bijna klaar en ik wist dat we een graafmachine nodig hadden. Omdat ik veel zelf wilde doen, had ik een graafmachine nodig die enkele weken in onze tuin kon blijven staan.
Ik herinner me nog goed: het was een zomerochtend en ik was vrij vroeg wakker. Ik zette me buiten en mediteerde. Ik keerde me in mezelf en ervaarde een diepe rust.
Daarna zocht ik contact met de geesteswereld. Ik zei letterlijk: “Geesteswereld, ik weet dat jullie er zijn. Is het mogelijk mij te helpen met een graafmachine die ik meerdere weken hier in de tuin kan laten staan?”
Toen liet ik los.
Ik had vertrouwen dat, als ik dit verdiende, de graafmachine op één of andere manier naar me toe zou komen, of dat ik tot bij de graafmachine zou komen. Hoe, dat wist ik niet.
Enkele weken later was ik niet meer bezig met die vraag. Ik parkeerde mijn auto naast het huis en stapte binnen langs de voordeur. Niets speciaals, tot ik de wasplaats binnenstapte.
Ik voelde vijf vingers op mijn rug die zachtjes duwden.
Ik gaf me over, nog totaal niet beseffend wat er aan het gebeuren was. Het voelde goed en dus vertrouwde ik.
Ik stapte de tuin in terwijl Ann me riep: “Johan, kom eens!”
“Nu niet!”, riep ik terug, terwijl ik de hand volgde die nog steeds in mijn rug duwde.
Ik wandelde de tuin uit en de weide in, achter onze tuin. Tot in het midden van de wei.
Ineens stopte het duwen. Daar stond ik.
Voor me bos. Links nog meer bos. Rechts nog een wei en nog één en nog …
Hé, wat is dat?
Een grote, gele graafmachine!
Ik geloofde mijn ogen niet.
Ik liep snel naar binnen terwijl Ann opnieuw riep: “Johan, kom eens!”
“Nee, nu niet, ik ben zo terug!”
Ik sprong op mijn fiets en reed naar het huis waarvan ik vermoedde dat de graafmachine daar stond.
Ik belde aan. Een mevrouw opende de deur. Ik kende haar niet en stelde vol spanning mijn vraag: “Is die graafmachine van jullie?”
“Ik zal mijn man roepen, ze is van hem.”
Daar stond de man voor me, met achter hem een paar nieuwsgierige ogen van zijn vrouw.
Ik stelde mijn vraag opnieuw en vroeg of hij bij ons graafwerken kon uitvoeren.
Plots, uit het niets: “Ben jij een broer van Jeanine Steenberghs?”
“Jazeker, ik ben Johan Steenberghs.”
“Ik heb nog met Jeanine in de klas gezeten.”
Het ijs was gebroken en enkele weken later stond de graafmachine in onze tuin.
Eric kwam de sleuven graven en ik deed het leidingwerk. Daarna konden de sleuven weer dicht. Tot en met de vijver werd gegraven. Van het overtollige zand legden we een talud aan rond de tuin.
Zo zie je maar.
Ik heb er nog vaak aan teruggedacht. Dit was voor mij één van de eerste grote verrassingen in die tijd.
Sindsdien spreek ik regelmatig met mijn gids. Ik weet dat deze entiteit er is en me bijstaat.
Lottocijfers krijg ik niet, terwijl ik het wel eens gevraagd heb om te zien wat het zou geven.
Ik kreeg als antwoord: “Zou het je gelukkiger maken, Johan?”
Ik moet toegeven dat mijn antwoord “neen” is.
Wat wel gebeurt, is …

















